Architecten: gunstige uitspraak over de overdracht van hun auteursrechten
Als de Dienst Voorafgaande Beslissingen in eerste instantie had geoordeeld dat de architecten niet konden profiteren van het belastingregime van de auteursrechten (zie het jaarverslag van de DVB voor het jaar 2011), werd dit door een beslissing van 5 april 2016 rechtgezet. De vraag gaat over een architectenbureau. Dit bureau wil zeker zijn dat de vergoedingen die ze aan haar vennoten, loontrekkenden of zelfstandige medewerkers betaalt voor de overdracht van hun auteursrechten, in aanmerking komen als roerende inkomsten volgens artikel 17, § 1, 5 ° van het Wetboek van de inkomstenbelastingen. Nadat werd erkend dat de bescherming van het auteursrecht zich uitstrekt tot werken die voortvloeien uit de diensten van de architect (gebouw, plan, tekening, technisch schema), constateert de DVB dat de architecten, assistent-architecten en vennoten van de eisende partij haar hun eigendomsrechten afstaan aan de hand van het ondertekenen van een specifieke overeenkomst of een addendum aan hun arbeidsovereenkomst. Wat de vennoten betreft, hier werd de overeenkomst rechtstreeks opgesteld tussen hen en het architectenbureau, hoewel zij hun diensten factureren via een managementbureau. De eisende onderneming heeft een analyse uitgevoerd om het aandeel van haar activiteiten gelinkt aan de exploitatie van de auteursrechten te bepalen. Deze bedroegen 65%. De vergoeding die betaald werd in ruil voor de overdracht van de eigendomsrechten, werd vastgesteld op een vast bedrag bepaald op basis van een analyse van de verschillende functieomschrijvingen en het belang van het creatieve aspect verbonden aan deze functies. Voor de vennoten werd de vergoeding vastgesteld op 12% van de financiële middelen die aan hen werden toegekend. Dit bedrag kwam bovenop hun huidige vergoeding. Voor de architecten werd de vergoeding vastgesteld op 15% van hun huidige vergoeding. De assistenten ontvingen 4% van hun vergoeding